Dromenland, vlak voor het einde links, je weet wel

En zo zat ik als vrijwilliger aan tafel te onderhandelen met twee heren van absoluut onbekende afkomst, maar zeer zeker van de tegenpartij. Aan mijn zijde zat ook iemand, namens een Gemeente, denk ik, maar dat is me even ontschoten.
De locatie, vanuit geluidsinstellingszicht, links naast de Texaco in Harlingen, op een onbestaand, fraai terrasje en lekker in het zonnetje.
De te verdedigen belangen, iets met collectieve verzekeringen voor een bepaalde groep mensen, zouden aan tafel worden besproken.
Echter de heer, recht tegenover mij, lang, slank, jong, blond haar en met bijbehorende arrogante blik en gedrag attackeerde mij persoonlijk. Op welke basis was me onduidelijk en ook niet van enige importantie, want nadat ik het verwaande gezicht van repliek had gediend werd er een pauze ingelast en was het snotjoch daarna niet meer aanwezig.
Achteraf bleek mijn functie als adviseur bij een onafhankelijke vereniging de reden van wantrouwen. Of de onderhandelingen uiteindelijk, dankzij mijn tot in perfectie geformuleerde argumenten tot een goed einde zijn gebracht zou ik niet weten, want ineens stond ik in een soort van bedrijfshal.
Mijn adviseurs-job, waar ik toch al geen zin meer in had, ha ik inmiddels opgegeven en een baantje aangenomen in een distributie bedrijf-achtige onderneming. Terwijl ik toch wel onder de indruk van de onderneming een rondleiding kreeg, werd het steeds duidelijker dat er wel aan de kleinste details gewerkt werd, aan het logistiek- en opslagproces.
Echter na een opmerking van mij, weet dat niet zeker meer, dat het bijzonder fijn is dat een bedrijf min of meer over-georganiseerd is, het hoofddoel niet uit het ook verloren moet worden, werd de verstandhouding enigszins bekoeld. En een ieder die vroeger handelskennis heeft gehad, weet dat zonder voldoende inkomen de beste ideeën ten onder gaan, maar dat was hier niet van belang, blijkbaar.
Even later werd ik dus voor de zeventiende of achtiende keer wakker en toen was ik er wel klaar mee. Normaliter wis je dan al die dromen wel uit je gedachten, maar het was deze keer blijkbaar dusdanig onrustig of te vroeg, dat ik deze twee heb onthouden.
Inderdaad, ik droom me de laatste maanden helemaal te pletter, je kan het zo gek niet bedenken en het komt er wel in voor. Misschien omdat ik niet op m’n rechterzijde kan liggen? Hoe is dat droomgedrag eigenlijk? Droom je op je rug meer dan op je zijde en weet iemand toevallig ook of de onderwerpen aanstuurbaar zijn, want dan zou ik graag een kijkje in de diverse technieken van het dromen willen nemen. Met mijn dromen kom je gewoon kapot je (kapotje hahahahahaaaaaaaaaa) bed uit, terwijl er niets leuks gebeurd is. Dan heb ik nog wel andere ideeën en dan snap ik wel waarom ik als een wrak m’n nest uitkom.

Update: vannacht een klein knus huisje aan een dijk vertimmerd. Nou ja nog niet echt vertimmerd, want toen we binnenkwamen was er maar één bovenverdieping en een paar flitsen later was er een bruikbare zolder als ouderslaapkamer. ‘t Probleem zat ‘m in het straat-kroeglawaai, dus het was Vlieland in het seizoen en in het feit dat m’n hersenen beseften dat er ergens een fout zat. Dat er ineens een verdieping bij was gekomen, het puntdak had ineens een bruikbare grote zolder, zomaar. Een artikel in de Harlinger Courant (wie kent ‘m niet) is denk ik de oorzaak van deze droom. Btw wel een gaaf ontwerp bedacht met betrekking tot een wenteltrap in het midden van het huis, met glas en licht en met gebogen deuren naar de kamers.

5 Comments